Home > Specialismen & behandelingen > Netvliesaandoeningen

Netvliesaandoeningen

Oogheelkunde Rijswijk voert diverse netvliesonderzoeken uit om aandoeningen en afwijkingen op te sporen en de juiste behandeling te vinden.

Het netvlies (retina) is het lichtgevoelige deel achter in het oog, als het ware het scherm waar het beeld op wordt geprojecteerd. Door de verschillende cellen in het netvlies kunnen we kleurverschillen zien en verschillen tussen licht en donker.

Er zijn verschillende oorzaken voor afwijkingen aan het netvlies waarvoor een (regelmatig) onderzoek nodig is. De bekendste zijn glaucoom, diabetes mellitus, trombose en netvliesscheurtjes of –loslating. Een andere veel voorkomende netvliesafwijking is maculadegeneratie.

Het meest gebruikelijke netvliesonderzoek is een funduscopie. Bij een funduscopie kijkt de oogarts naar uw netvlies met behulp van een lens.

Oogcontrole - Oogheelkunde Rijswijk

De macula is het gebied van het ‘scherpe zien’, centraal in het netvlies. Met uw macula kunt u bijvoorbeeld lezen, of gezichten herkennen. Maculadegeneratie (MD) is een aandoening van dit middelste gedeelte van het netvlies, waarbij de cellen in dit gedeelte mindergoed functioneren. Hierdoor krijgt u een vlek midden in het gezichtsveld van dat oog. Om de vlek heen kunt u nog wel normaal zien.

Klik hier voor meer informatie.

Bij droge maculadegeneratie verslechtert het zicht langzaam. De vlek zorgt ervoor dat u niet scherp meer kunt zien, rechte lijnen krom lijken en kleuren lijken te vervagen. Droge maculadegeneratie komt vaak in beide ogen tegelijk voor.

Natte maculadegeneratie ontstaat vaak uit de droge vorm, maar hierbij verslechtert het zicht veel sneller. Door veroudering van de lagen van het netvlies kunnen er bloedvaatjes van de laag onder het netvlies doorbreken naar de laag van het netvlies. Deze bloedvaatjes lekken vocht en eiwitten. Dit verklaart de naam “natte” maculadegeneratie. Uiteindelijk ontstaat er een litteken dat het zicht op deze plek volledig uitschakelt. U ziet dan een grijze vlek. Natte maculadegeneratie komt vaak in één oog voor, maar de kans is groot dat u het binnen een paar jaar ook in het andere oog krijgt.

In deze figuur zie je bij A een normaal netvlies. Bij B droge maculadegeneratie, hopen zich afvalstoffen onder de fotorecepter laag op. Bij C zijn er onder groeifactoren (onder andere VEGF) vaten door de laagjes heen gegroeid die vocht en eiwitten lekken.

Er bestaan geen behandelingen tegen droge maculadegeneratie. Wel zijn er bepaalde voedingssupplementen die u kunt nemen om de het risico op verergering van de ziekte te verkleinen.
Natte maculadegeneratie wordt behandeld met een serie injecties. Na de eerste serie moet u regelmatig terugkomen voor controle en eventueel verdere injecties.

Als u een of meerdere van deze symptomen herkent, dan kan het zijn dat u een vorm van maculadegeneratie heeft:

  • Kromme lijnen zien in het midden van uw gezichtsveld;
  • Vlek in het midden van uw gezichtsveld;
  • Slecht kunnen lezen.

Herkent u een of meerdere van deze symptomen? Maak dan een afspraak bij uw huisarts voor een vooronderzoek.

Kijkt u vanaf dertig centimeter afstand naar deze figuur met één oog per keer, ziet u vervorming in de lijnen die u eerder niet had neem dan contact op met uw (huis)arts.

Er bestaan geen behandelingen tegen droge maculadegeneratie. Wel zijn er bepaalde voedingssupplementen die u kunt nemen om het risico op verergering van de ziekte te verkleinen. Uw oogarts kan u hierover informeren.

Ook zijn er hulpmiddelen beschikbaar zodat u weer beter kunt lezen, handwerken of televisiekijken. Deze moeten aangemeten worden. Dit kan op beide locaties van Oogheelkunde Rijswijk.

In een klein percentage van de gevallen gaat droge maculadegeneratie over in natte maculadegeneratie.

Natte maculadegeneratie wordt behandeld met een serie injecties met vaatgroei remmende middelen (anti-VEGF) die direct in de oogbol worden ingebracht. Als uit het vooronderzoek blijkt dat u in aanmerking komt voor een behandeling, zijn er twee mogelijkheden: er worden meteen drie afspraken gemaakt of er wordt eerst een injectie gegeven om het resultaat te testen. Daarna worden de twee vervolgafspraken gemaakt. Tussen de afspraken zitten steeds vier tot zes weken.

Uw oog wordt eerst gedruppeld om het te verdoven. De injecties zijn hierdoor zo goed als pijnloos. De behandeling duurt ongeveer één kwartier per keer.

Het medicijn dat u krijgt is Avastin. In Nederland is dit middel bij alle oogartsen de eerste keus van behandeling, lees hiervoor ook onze folder over Avastin. Avastin wordt door alle zorgverzekeraars vergoed. Mocht het medicijn niet aanslaan, dan wordt u verder behandeld met Lucentis of Eylea. Dit wordt door bijna alle verzekeraars vergoed wanneer u uitbehandeld bent met Avastin.

Vier weken na de derde injectie wordt u gecontroleerd en bespreekt u het resultaat met uw oogarts.

De behandeling garandeert helaas niet dat uw klachten over gaan. Daarvoor komt u op controle, tijdens de controles worden vervolg stappen bepaald. Er zijn patiënten die uiteindelijk wel meer dan vijftig injecties krijgen.

Bij ongeveer een derde van de patiënten treedt er een verbetering van het gezichtsvermogen op. Bij een derde remt de behandeling verdere achteruitgang af en bij een derde neemt, ondanks de behandeling, de maculadegeneratie helaas toch toe.

Maculadegeneratie kan ervoor zorgen dat u slechtziend wordt en veel moeite heeft met lezen en ver kijken. In dat geval zijn er hulpmiddelen beschikbaar, zodat u weer beter kunt lezen, handwerken of televisiekijken. Over het algemeen worden deze hulpmiddelen vergoed door uw zorgverzekeraar.

De hulpmiddelen moeten aangemeten worden tijdens een Low Vision-spreekuur. Deze bieden wij aan op zowel locatie Rijswijk als locatie Warmond.

OCT (Optical Coherent Tomography)

Met een OCT worden hoge resolutie-beelden gemaakt van de structuren van het oog. U kunt een OCT vergelijken met een echo, maar bij een OCT-scan worden er lichtgolven gebruikt in plaats van geluidsgolven.

Een OCT wordt vaak gebruikt om de juiste diagnose te kunnen stellen bij een netvliesaandoening, om het oog te kunnen controleren tijdens behandelingen en om te screenen op glaucoom (hoge oogdruk).

Fluorescentieangiografie

Fluorescentieangiografie is een netvliesonderzoek waarbij er een kleurvloeistof in uw arm wordt geïnjecteerd en er foto’s worden gemaakt om te kijken hoe het bloed zich door het oog beweegt. Zo kunnen afwijkingen en aandoeningen opgespoord worden.

Voor het onderzoek
U kunt voorafgaand aan de fluorescentieangiografie uw gewoonlijke oogdruppels en medicijnen gebruiken. Suikerpatiënten mogen gewoon eten en insuline gebruiken.

Voordat het onderzoek plaatsvindt, worden uw ogen gedruppeld door de assistent. Deze druppels vergroten de pupil, waardoor het netvlies beter zichtbaar wordt. Als de pupillen voldoende vergroot zijn, gaat u naar de fotokamer.

Tijdens het onderzoek
Er worden twee sets foto’s gemaakt: één zonder kleurstof en één met. Bij het maken van de foto’s leunt u met uw kin op de steun en kijkt u met één oog naar een rood, knipperend lampje.

Na deze eerste foto’s geeft de oogarts u een prik in de arm waarbij een gele vloeistof (fluoresceïne) wordt ingespoten. Zo kan de arts zien wanneer en hoe het bloed door uw oog stroomt. Tijdens het inspuiten begint de fotograaf al opnieuw foto’s te maken om het moment dat de kleurstof het oog bereikt niet te missen. Deze foto’s worden gemaakt met een felblauw flitslicht.

Na het onderzoek
Na afloop van het onderzoek zal u wat wazig zien. Dit komt door de verwijde pupillen en door de verblinding van de flitsen. Na acht uur zal u weer normaal kunnen zien. Bij het onderzoek kan wat misselijkheid ontstaan, ook dit gaat snel en vanzelf over.

Direct na het onderzoek is uw huid sterk geelgekleurd. Dit komt door de ingespoten kleurstof. Deze zal met de urine het lichaam verlaten, waardoor uw normale tint terugkeert. Uw urine is de eerste twee dagen na het onderzoek ook felgeel.

U ontvangt binnen enkele weken de uitslag van het onderzoek tijdens een afspraak met uw oogarts. De oogarts stelt dan ook het behandelplan met u op.